Posts tonen met het label e-journals. Alle posts tonen
Posts tonen met het label e-journals. Alle posts tonen

donderdag 10 januari 2008

Wat is WSWB ook al weer?

WSWB staat voor Werkgroep Speciale Wetenschappelijke Bibliotheken. De leden van deze werkgroep komen geregeld bijeen om te spreken over de bijzondere positie van de kleinere, bijzondere bibliotheken in Nederland. En bijzonder is die positie! De bibliotheken zijn namelijk te klein voor het tafellaken, maar te groot voor het servet. Dat betekent bijvoorbeeld dat deze bibliotheken eigenlijk te klein zijn voor het aangaan van zware contracten met leveranciers van data. Maar toch wel weer zo groot dat de respectievelijke doelgroepen eigenlijk niet goed bediend kunnen worden zonder die zware contracten.

Het idee is nu dat een werkgroep of een samenwerkingsverband van dergelijke bibliotheken voldoende gewicht kan genereren om een serieuze gesprekspartner te zijn voor derde partijen. En dat lijkt succes te hebben. De WSWB is bijvoorbeeld nu formeel een aanspreekpunt voor de UKB bibliotheken. De UKB spreekt liever, begrijpelijk natuurlijk, met één organisatie dan met 25 kleinere bibliotheken. En er vindt inderdaad uitwisseling van informatie plaats tussen beide partijen.

In WSWB verband wordt verder gestreefd naar onderlinge uitwisseling van ervaringen, naar deling van kennis en naar informatieoverdracht op een wat algemener niveau. Zo staat bijvoorbeeld voor de eerstvolgende WSWB bijeenkomst het volgende op de agenda: "Hoe bied je elektronische publicaties aan aan de gebruiker?" Ter introductie wordt bij de vergaderstukken de volgende tekst meegeleverd:

Tegenwoordig wordt in iedere bibliotheek naast ‘papier’ ook ‘elektronisch’ aangeschaft. De vraag is dan vervolgens hoe deze twee dragers van tekst aan het publiek moeten worden aangeboden. Daar bestaan diverse mogelijkheden voor en die mogelijkheden worden in principe beïnvloed door de aard van de contracten die bibliotheken met leveranciers van elektronische teksten hebben afgesloten. Denk bijvoorbeeld aan toegang tot de e-documenten, is dat op ip-basis of is dat via username / password? Krijg je als bibliotheek altijd alle beschikbare teksten of is er sprake van laat ik maar zeggen een na-ijleffect? Wordt er met terugwerkende kracht oudere teksten geleverd of niet? Is het in de bibliotheek gebruikte bibliotheeksysteem ingericht voldoende mogelijkheden

Allemaal vragen rondom het elektronische document die van invloed zijn op de wijze waarop je als bibliotheek die documenten aanbiedt. Een complicerende factor daarbij is natuurlijk ook, dat de manier waarop leveranciers hun spulletjes aanbieden, verschilt. Bestaat dat aanbieden van de collectie uit het presenteren van een inhoudsopgave, een manier dus waarbij je afdaalt van algemeen naar bijzonder (tijdschrift, volume, issue, pagina(‘s)), al dan niet vergezeld van een beperkte zoekmogelijkheid op titelwoord of auteur. Of is er sprake van een uitgebreide zoekmogelijkheid waarbij naar hartelust kan worden gecombineerd met zoektermen, zowel in de metadata als in de teksten zelf?

Dan nog is er de mogelijkheid dat een e-pakket wordt geleverd dat opgeslagen is in een database, lokaal opgeslagen of bij de leverancier. Een pakket dat uit diverse soorten tekst kan bestaan, maar als één geheel wordt aangeboden. Bijvoorbeeld bepaalde e-tijdschriften gecombineerd met jurisprudentie en nationale en of europese wetsteksten.

Het ligt voor de hand dat de voor duur geld verworven e-teksten ook onder de aandacht gebracht moeten worden van ‘de gebruiker’. Bibliotheken hebben de mogelijkheid dit materiaal apart aan te bieden, in –eventueel doorzoekbaar gemaakte– overzichten met een link naar de provider, in de OPC met een link naar de provider, of beide.

Sommige bibliotheken maken ook beschrijvingen van tijdschriftartikelen die net als boeken en tijdschriften een plaats krijgen in de OPC. En dat kan uiteraard ook gedaan worden met ‘e-articles only’. Steeds meer leveranciers van elektronische data kunnen tegenwoordig trouwens ook beschrijvingen leveren in het MARC format, zowel op tijdschrift- als op artikelniveau. Kennelijk bestaat daaraan behoefte. Of wordt er juist een behoefte gecreëerd?

Dit brede, beslit niet volledig geschetste, scala aan mogelijkheden en moeilijkheden moet door bibliotheken worden aangepakt en tot een aanvaardbare oplossing worden gebracht. Hoe men dit in de bibliotheek van het Vredespaleis doet, hoort u op 16 januari aanstaande tijdens de vergadering van de Werkgroep Speciale Wetenschappelijke Bibliotheken.
Dat ziet er goed uit! Niet altijd maar alleen het wiel zien uit te vinden. Overleg, daar gaat het om. Samen staan we sterk of in ieder geval sterker.

vrijdag 16 november 2007

Gratis tijdschriften zijn duurder!

De titel boven dit verhaal is een variant op de titel Gratis tijdschriften geven hogere kosten die te vinden is boven een bijdrage van Raymond Heemskerk in Cicero, nr 13 , p. 6, november 2007. Cicero is een driewekelijkse uitgave van het Leids Universitair Medisch Centrum en bestemd voor studenten.

In de bijdrage komt Han Belt, hoofd van de Walaeus Bibliotheek (gevestigd in het LUMC) aan het woord. Hij verhaalt over zijn aanvankelijke enthousiasme over open access tijdschriften (PLoS, Biomed Central) en zijn geleidelijke beweging naar twijfel over het nut van dergelijke open access initiatieven.

Hoe kwam dat? Belt geeft eigenlijk drie argumenten.

In de eerste plaats het kostenaspect. Open access tijdschriften zijn gratis te raadplegen, maar om een artikel te kunnen plaatsen in een dergelijk tijdschrift moet eerst worden betaald. De auteur moet dus betalen voor opname in een open access tijdschrift en de auteur declareert die kosten natuurlijk vervolgens bij zijn werkever. Als alle 1500 publicaties die jaarlijks in en om het LUMC worden geschreven in open access tijdschriften zouden verschijnen dan kost dat op jaarbasis miljoenen euro's. Dat is duurder dan het aanhouden van abonnementen op de reguliere e-tijdschriften!

In de tweede plaats was het de bedoeling dat open access meer gebruik, bijvoorbeeld in de derde wereld zou genereren. Dat blijkt niet het geval. Wel wordt eerder verwezen naar artikelen in open access tijdschriften, maar niet vaker. En voor de derde wereld geldt dat er minstens twee projecten zijn -onder de vlag van de Verenigde Naties, HINARI en AGORA bijvoorbeeld- die gratis toegang verzorgen tot (een deel van) de reguliere tijdschriften markt. De lezersmarkt is dus min of meer gelijk gebleven. Als hier geen gunstige beweging is, blijft het kostenaspect natuurlijk als een molensteen om de nek hangen.

In de derde plaats bestaat twijfel over de zogenaamde peer reviewing. Het idee is dat traditionele tijdschriften de kwaliteitscontrole veel beter aanpakken dan open access tijdschriften. Het grote geld zit hier immers aan de kop. Kwaliteit is niet belangrijk, als je maar betaalt. Dat is toch anders dan; hier heb je een waardeloos tijdschrift, koopt u het maar. Hier zit het geld in de staart.

Belt wijst wel nog op allerlei initiatieven. Sommige uitgeverijen kiezen voor hybride modellen, sommige artikelen zijn gratis te raadplegen andere niet. Sommige universiteiten, of verenigingen van vakgenoten (specialisten genaamd in de medische wereld) onderzoeken de mogelijkheden. En in Duitsland werkt de Deutsche Zentralbibliothek fuer Medizin mee aan een open-access tijdschrift: German Medical Science - an Interdisciplanary Journal.

Misschien dat de gespecialiseerde bibliotheek er dus wat bij moet gaan doen: uitgeven van wetenschappelijk verantwoord materiaal.